Den Haag, 21 mei 2022 Alsnog bekentenis doodschieten rapper Feis In hoger beroep heeft de verdachte alsnog bekend rapper Feis te hebben doodgeschoten. Ook gaf hij toe diens broer verwond te hebben. Twee jaar eerder had de verdachte bij de rechtbank Rotterdam nog gezwegen op advies van zijn vorige advocaat. Dat vertelde hij op 17 mei 2022 aan het gerechtshof te Den Haag. Verdachte voelde zich bedreigd Op vragen van het gerechtshof liet de verdachte weten in de nacht van 31 december 2018 op 1 januari 2019 tweemaal een pistool te hebben getrokken. De eerste keer omdat hij zich bedreigd voelde in het café Iolanda aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. De verdachte erkende dat het trekken van een pistool een heftige reactie was, maar hij zei bang te zijn geweest. Dodenlijst Op vragen van het gerechtshof waarom hij überhaupt een pistool bij zich droeg legde de man uit op een dodenlijst te staan wegens vermeende betrokkenheid bij een dubbele liquidatie. Uit angst had de man een vuurwapen aangeschaft. Dodelijke schietpartij Op het moment dat de verdachte in de vroege ochtend 1 januari 2019 het café verliet en buiten kwam meende hij een ruzie en gevecht te zien waarbij zijn vriend in gevaar was. Hij stelde hierop een wapen getrokken te hebben en te hebben geschoten. De verdachte noemde dit ‘’Een bewuste keuze, maar verkeerde beslissing’’. Hij stelde de aanvallers bang te hebben willen maken, maar ze niet te hebben willen verwonden. Dat was wel wat er gebeurde. Rapper Feis – oftewel Faisal Mssyeh – kwam hierbij om het leven. Intens leed nabestaanden Tijdens de zitting maakte de moeder en vriendin van Faisal op indringende wijze duidelijk hoe intens het leed is door de gebeurtenissen. Zij wilden dat het gerechtshof de straf die de rechtbank eerder had uitgesproken niet zou verlagen. In 2020 had de rechtbank de maximale gevangenisstraf van 20 jaar en tbs met dwangverpleging opgelegd. De verdachte was ook veroordeeld voor een poging tot doodslag wegens het schieten op een agent na een ruzie in het verkeer. Dit feit ontkende de verdachte in hoger beroep. Dat deed hij ook in eerste aanleg. Geen TBS Ook het Openbaar Ministerie in hoger beroep vroeg de rechters dezelfde straf op te leggen als de rechtbank deed. Strafrechtadvocaat Job Knoester vroeg het gerechtshof juist een lagere straf op te leggen. Hiertoe droeg hij een aantal argumenten aan, waaronder de gewijzigde houding van de verdachte in hoger beroep. Ook vroeg de strafpleiter geen tbs op te leggen. Weliswaar stelde het Pieter Baan Centrum vast dat de verdachte een stoornis heeft, maar die zou geen rol hebben gespeeld bij de delicten. Tbs-expert Knoester legde uit dat in tbs mensen aan een stoornis worden...